077. Bijbelstudie over het
LOTENFEEST - PURIM
,yrvp
Op de website www.verzet.org komen wij de volgende opmerkelijke passage over de executie van de Duitse oorlogsmisdadiger Julius Streicher tegen: “Net voor hij zou worden opgehangen riep Streicher uit "Heil Hitler!". Maar om een onbekende oorzaak brak het touw en Streicher tuimelde op de grond. Besloten werd om hem opnieuw op te hangen na vijftien dagen, op 16 oktober 1946. Op weg naar het schavot spuwde hij de beul in zijn gezicht en net voor hij stierf riep hij nog uit: ‘Heil Hitler! Dies ist mein Purimfest 1946! Ich gehe zu Gott! Die Bolschewisten werden eines Tages Euch auch hängen!’, spottend verwijzend naar het Joodse Purimfeest dat werd ingesteld om de verhindering van de door Haman geplande Jodenmoord te vieren, waarbij Haman uiteindelijk zelf werd opgehangen.” - Tot zover het citaat van verzet.org. Maar wat bedoelde Streicher eigenlijk hiermee en in hoeverre zei hij dit spottend verwijzend naar het Joodse Purimfeest? Dat wordt toch doorgaans eind februari of begin maart gevierd terwijl de executie van Streicher in oktober plaats vond. Wat is de link? Hoe kon hij de dag waarop hij werd opgehangen “zijn” Purimfeest noemen? Was hier soms meer aan de hand? Was hij de enige die op 16 oktober 1946 werd opgehangen en waren er nog meer overeenkomsten met de gebeurtenissen waarop het Purimfeest is gebaseerd? Om deze en vele andere vragen te kunnen beantwoorden is het noodzakelijk om eerst het Bijbelboek Ester in zijn geheel te lezen. Mocht u zelf niet over een eigen exemplaar van de Bijbel beschikken dan kunt u het ook online lezen op de website van het Nederlandse Bijbelgenootschap:
http://www.biblija.net/biblija.cgi?m=Est&id42=1&id18=1&id37=1&id16=1&id35=1&id17=1&pos=0&l=nl&set=10 en pas als we op de hoogte zijn van de Bijbelse en historische feiten kunnen we een duidelijker beeld krijgen over de Jodenvervolging in het Perzische Rijk en in het Derde Rijk, en gezien de afloop ook G’ds directe ingrijpen voor de redding en de bevrijding van Zijn uitverkoren volk, want we zullen in deze studie enkele verbazingwekkende en zelfs schokkende onthullingen tegenkomen, die rationeel niet verklaarbaar zijn.
Haman, de Jodenhater
De oorsprong van het Purimfeest gaat terug naar de tijd van het boek Ester, dat meer dan 2.500 jaar geleden werd geschreven. Dit boek beschrijft een waargebeurde geschiedenis die zich in het jaar vijfhonderd voor de gewone tijdrekening afspeelde in het Perzische Rijk, het huidige Iran, en handelt over de redding van de Joden uit de handen van Haman, de eerste minister tijdens het koningschap van Achash’verosh, in Europa door het verhaal van Leonidas en de zeeslag bij Salamis meer bekend als Xerxes, de de zoon van Darius I en Atossa uit het huis van de Achaemeniden. Het verhaal gaat dat koning Achash’verosh de mooiste meisjes uit het hele rijk naar zijn burcht Shushan liet brengen om een bruid te kiezen nadat hij zijn vrouw Vash’ti verstoten had. Zijn keuze viel op het Joodse meisje Hadassa, die echter haar afkomst, op advies van haar neef en pleegvader Mordechai geheim hield en daarom de Perzische naam Ester gebruikte. Het was liefde op het eerste gezicht! Op het hof had echter Haman, een directe afstammeling van Ameleq, de erfvijand van het Joodse volk, een belangrijke functie en daarom moest iedereen voor hem buigen. Mordechai weigerde dit echter omdat Joden alleen voor de Eeuwige mogen buigen. Daarom had deze voorname hoveling Haman in het jaar 473 van de gewone jaartelling besloten om alle Joden uit te laten roeien die in het Perzische rijk woonden. Het lukte hem uiteindelijk om koning Achash’verosh te overreden een wet te tekenen waarin bepaald werd dat alle Joden op een bepaalde dag zouden worden gedood. Men wierp destijds het lot om na te gaan wat voor een bepaalde gebeurtenis de meest geschikte dag was. Het Hebreeuwse woord dat in de originele Ester-rol voor “lot” wordt gebruikt, is rvp Pur, meervoud ,yrvp Purim, en is afgeleid van het Akkadische woord “Pūru”. De Nederlandse vertaling van Purim is dan ook Lotenfeest. Het noodlot voor de Joden werd dus letterlijk door het lot bepaald en de dag die Haman daarvoor uitkoos viel op de 13e Adar (februari/maart). Haman was een uitgesproken antisemiet, en wilde er koste wat het kost voor zorgen dat de koning alle Joden in zijn rijk zou uitroeien. En hier zien we dus duidelijk de overeenkomst met de in het begin van deze studie genoemde Julius Streicher, die in 1925 het antisemitisch weekblad ‘Der Stürmer’ heeft gesticht. Hij was van meet af aan berucht om zijn pathologische Jodenhaat, zoals die tot uiting kwam in zijn felle artikelen in ‘Der Stürmer’. Hij schreef onder andere: "Het Joodse volk moet uitgeroeid worden met wortel en tak. Dan zal de plaag der pesten in één klap voorgoed uit Polen verdwijnen!" (september 1939), "De Jood is een duivel in mensengedaante. Het is gepast dat hij wordt uitgeroeid met wortel en tak!" (maart 1940), en: "Het Joodse gespuis zal zoals onkruid en ongedierte uitgeroeid worden, zodat het nooit meer de bloedige strijd voor vrede door de Europese volkeren kan verstoren!" (november, 1940). In de eindeloze hetze die hij tegen het Joodse volk voerde, werden zij op een hysterische wijze van alle mogelijke misdaden beschuldigd, zoals perversie, bedrog, uitbuiting, samenzwering en zelfs verraad. Bovendien vormden volgens hem de Joden een doodsbedreiging voor het Arische ras omdat door 'gemengde' huwelijken de bloedzuiverheid van het Duitse nageslacht werd aangetast. Daarom was een rigoureuze en genadeloze aanpak van het Joodse vraagstuk volgens hem echt noodzakelijk en uit nationaal zelfbehoud ook gerechtvaardigd. Streicher noemde zichzelf dan ook terecht 'De Jodenhater nummer één' en in dat opzicht lijkt Julius Streicher daadwerkelijk sprekend op de Jodenhater Haman. Gelukkig werden diens plannen gedwarsboomd door de Joodse koningin Ester. Toen zij hiervan namelijk op de hoogte werd gebracht besloot zij samen met het gehele Perzische Jodendom te vasten alvorens koning Achash’verosh te benaderen om voor haar volk te pleiten. In de synagoge wordt op de vastendag die aan Purim voorafgaat ,ylht Tehilim 22 gelezen als psalm voor Ester, want het Talmud-traktaat hlygm Megila 15b vertelt dat toen Ester op weg was naar haar echtgenoot om hem te smeken het decreet tegen de Joden te herroepen, zij door een kamer vol afgodsbeelden liep, en dat toen de Shechina haar verliet. Zij zou toen vertwijfeld uitgeroepen hebben: „Mijn G’d, mijn G’d, waarom hebt Gij mij verlaten!” (,ylht Tehilim [Psalmen] 22:2). Zowel de samenstellers van de Talmud alsook de huidige Joodse orthodoxie staan immers op het standpunt dat Psalm 22 geen profetisch boek is met betrekking op de Mashiach en passen vers 2 derhalve gewoon toe op Ester. Wij als Messiasbelijdende Joden weten echter dat dit juist de woorden zijn die Yeshua heeft uitgeroepen toen Hij aan het kruis hing (zie Bijbelstudie 049). Hoe dan ook, Ester vertelde haar echtgenoot dat Haman haar volk en ook haar zelf wilde laten vermoorden en zij slaagde erin de koning die haar boven alles liefhad, te overtuigen om actie te ondernemen tegen de plannen van Haman, en met succes. De koning vaardigde dan een nieuw bevel uit die bepaalde dat alle Joden iedereen die hen naar het leven stond mochten doden. Haman werd, samen met zijn tien zonen, opgeknoopt. Deze gebeurtenissen dateren uit de periode na de vernietiging van de eerste tempel en voor de bouw van de tweede tempel. Het verhaal eindigt met de zin: "Dat gebeurde op de dertiende dag van de maand Adar. Op de veertiende dag rustten zij uit en maakten die dag tot een dag van maaltijden en van vreugde.” (rtca Ester 9:17, Willibrord-vertaling). Daarom wordt Purim sindsdien tot op heden op de 14de van de 12e maand Adar gevierd (meestal in maart), maar de feestelijkheden bij Purim gaan ook nog de volgende dag verder, die de naam Shushan Purim kreeg, want in vers 18 staat vervolgens: “De Joden in Shushan echter verzamelden zich zowel op de dertiende als op de veertiende van die maand. Zij rustten op de vijftiende dag en maakten deze tot een dag van feestmaal en vreugde!” (NBG-vertaling).
De tien zonen van Haman
In rtca Ester 7:10 lezen wij dat Haman aan de paal werd gehangen (in sommige vertalingen staat ‘gespietst’) die hij voor Mordechai had laten klaarzetten en in rtca Ester 9:13-14 staat dat ook de 10 zonen van Haman werden opgehangen, wier namen in de verzen 7-9 genoemd worden. Interessant is dat in de hlygm Megila elke zoon van Haman op een aparte regel vermeld wordt en op een bijzonder opvallende wijze in twee parallelle kolommen, een zeer ongebruikelijke configuratie. Eveneens opvallend is in de tweeduizend jaar oude originele Hebreeuwse versie van het boek Ester, dat in de opsomming van de tien namen van Haman’s zonen die opgehangen werden, drie letters veel kleiner geschreven staan dan normaal en een letter juist veel groter: 1. de letter t Tav in atdn>rp Par’shan’data is klein (vers 7), 2. de letter > Shin in at>mrp Par’mash’ta is klein (vers 9), 3. de letter z Zayin in atzyv Vay’zata is klein (vers 9), en 4. de letter v Vav in atzyv Vay’zata is groot (vers 9). Jarenlang hebben geleerden zich over deze kwestie gebogen, omdat het om een gebruik ging dat door de eeuwen heen consequent is voortgezet. Een mogelijke verklaring werd uiteindelijk door onder andere de Beltzer Rebbe gevonden in de getallensymboliek, die erg belangrijk is in de Joodse traditie. Elke Hebreeuwse letter heeft een numerieke waarde: de a Alef is dus gelijk aan 1, de b Bet gelijk aan 2 en zo verder tot de y Yod, die gelijk is aan 10. Dan gaan de daaropvolgende tien letters verder met cijfers van 10 zodat de k Chaf gelijk is aan 20, l Lamed gelijk aan 30 en zo verder tot q Qof, dat gelijk is aan 100. Dan gaan de volgende paar letters verder met de cijferwaarden van 100; r Resh is gelijk aan 200, > Shin is gelijk aan 300 en de laatste letter, de t Tav, gelijk aan 400. De grootste numerieke letter staat dus gelijk aan 400 en gaat niet verder. Combinaties van letters zijn dan gelijk aan een bepaalde numerieke waarde. In het geval van de afwijkende letters in de namen van de zonen van Haman is de Beltzer Rebbe op het idee gekomen dat er misschien jaargetallen mee bedoeld zouden kunnen zijn en daarmee rekening houdend kwam hij tot de volgende conclusie: de grote letter v Vav is het Hebreeuwse teken voor het getal zes en de kleine letters t Tav (400), > Shin (300), en z Zayin (7) vormen bij elkaar opgeteld het getal 707. Ervan uitgaande dat daarmee 707 jaren bedoeld zijn en de grote letter v Vav, dus de cijfer 6, genomen wordt om te verwijzen naar het zesde millennium, samengesteld uit de jaren 5001 tot 6000, dan ontstaat er iets interessants: volgens de Joodse tijdrekening is dan namelijk het 707e jaar in het zesde millennium, dus 5707, het jaar dat volgens de gewone tijdrekening met Rosh haShana, dus in het najaar 1946 begon en ook weer met Rosh haShana in het najaar 1947 eindigde. Wat gebeurde er in die periode? Wel, 1946 is het jaar waarin 10 aartsvijanden van het Joodse volk werden opgehangen in Nürnberg, net als de 10 zonen van Haman in Shushan zo lang vóór hen. Op 16 oktober 1946 werden de veroordeelden ter dood gebracht. De doodvonnissen werden allen uitgevoerd door sergeant James C. Woods. De veroordeelden werden opgehangen volgens het principe van een lange val, waarna de nek brak. De bizarre uitspraak van Streicher was niet de enige overeenkomst met het Purimverhaal. In de Megille wordt ons verteld hoe Haman’s tien zonen werden opgehangen in Shushan. Een elfde kind, een dochter, had volgens de Midrash eerder zelfmoord gepleegd. Ook in Nürnberg werden slechts tien oorlogsmisdadigers daadwerkelijk opgehangen, terwijl er elf mannen waren veroordeeld tot executie door ophanging. De elfde, Hermann Göring, pleegde enkele uren voor de executie in zijn cel zelfmoord. Hij had een verborgen cyanide capsule tussen zijn tanden. De parallel met de tien zonen van Haman is dus treffend.
Megilat Ester
Het boek Ester wordt in het Hebreeuws rtca tlygm Megilat Ester genoemd, de rol van Ester en behoort tot de laatste boeken van TeNaCH. Het is namelijk pas in de eindfase van de afsluiting van de canon hierin opgenomen. Hoewel de historiciteit van de Megille voor de geleerden van Talmud en Midrash boven iedere twijfel verheven was, is de opname in de canon desalniettemin toch wel op fel verzet van bepaalde groeperingen gestuit, wat blijkt uit het feit dat daaraan een hele Masech’ta [tractaat] in de Mishna is gewijd. In hlygm Megila 7a vinden wij namelijk een hele discussie over het al dan niet verontreinigd worden van de handen door Megilat Ester. Pas rond het jaar 100 van de gewone jaartelling hebben de rabbijnen te Yamnia een definitieve beslissing genomen. Naast de Tora kennen wij in TeNaCH vijf rollen, de z.g. tvlygm >mx Chamesh Megilot, maar wanneer we over dé hlygm Megila spreken, dan bedoelen we daar altijd Megilat Ester mee, die in de synagoge alleen met Purim wordt gelezen. Hierin verschilt deze rol van de anderen, die weliswaar ook jaarlijks in de sjoel worden gelezen, maar waarvan de inhoud van de rol echter geen betrekking heeft op de feestdag waarop hij wordt gelezen. Zo leest men ,yry>h ry> Shir haShirim [Hooglied] met Pesach [Pasen], tvr Rut met Shavuot [Wekenfeest], hkya Eicha [Klaagliederen] met Tisha b'Av [Verwoesting van de Tempel] en tlhq Qohelet [Prediker] met Sukot [Loofhuttenfeest].
Halffeest
Voor de Joden bestaan er twee soorten feesten, namelijk de pelgrimsfeesten Pesach [Pasen], Shavuot [Wekenfeest] en Sukot [Loofhuttenfeest] en de hoge feestdagen Rosh haShana [het Joodse Nieuwjaar] en Yom Kipur [Grote Verzoendag], alsook de halffeesten zoals Chanuka en Purim, die zo genoemd worden omdat er dan in tegenstelling tot de andere wel gewerkt mag worden. Bovendien zijn Chanuka en Purim de enige feesten die niet in de Tora genoemd worden omdat zij pas in latere eeuwen zijn ontstaan. Hoewel Purim dus slechts een halffeest is en het verhaal niet eens in Israel speelt is het Lotenfeest toch wel erg populair geworden en wordt volop gevierd, zelfs door Joden die helemaal niet gelovig zijn. De bekende Joodse wijsgeer Maimonides heeft eens gezegd, dat als alle feestdagen zouden worden afgeschaft, Purim toch zou blijven bestaan (Hil’chot Megila 2, Halacha 18).
Buitensporig drankgebruik
Purim is één van de heerlijkste en vrolijkste feesten in de Joodse feesttraditie, waarbij zelfs de rabbijnse voorschriften oproepen om niet alleen vrolijk, maar zelfs dronken te zijn. Dat betekent in de praktijk dat ook de streng religieuze Joden, die doorgaans vrij weinig alcohol drinken, zich met Purim wel eens durven te bezatten. Het Purimfeest spoort zelfs op de Yeshiva de meest serieuze Torastudenten aan om zoveel wijn te drinken dat ook zij het verschil tussen de gezegende Mordechai, de held van het Purimverhaal en de slechte Haman, de Jodenhater, niet meer weten (ydy ald di Ad d’lo yada). De koschere slijterijen moeten dus extra veel inslaan voor het Purimfeest, aangezien de Joden waar ter wereld ook zich op deze dag allen goed lam drinken, zoals de Babylonische Talmud zegt: „Het is de plicht des mensen, zich met Purim dermate te bedrinken, dat men niet meer tussen ‘Vervloekt zij Haman’ en ‘Gezegend zij Mordechai’ kan onderscheiden!” (hlygm Megila 7b) oftewel, tot men niet meer het verschil weet tussen de vijand en je eigen volk. Hierdoor kan men dus niet tot haat of geweld uitvallen jegens de vijand en daardoor is het feest van de overwinning dus ook een feest van verzoening of vergeving. Men kan deze rabbijnse inzetting uiteraard letterlijk nemen, en velen doen dat maar al te graag, toch anderzijds wordt er ook niemand toe gedwongen en dat kan ook niet omdat het geen Bijbelse opdracht is om zich te bezatten. Maar Bijbels of niet, Purim is en blijft voor de vrome Joden een vrolijke dag, die met veel alcoholgebruik wordt gevierd. Hierover zijn ons talrijke Jiddische anekdotes, moppen, liederen en spreekwoorden bekend. Ik zal u daar twee voorbeelden van geven: “Moische Kasew hot sich Purim hibsch ongetrunken, un gehndig aheim spät noch der Sude, is er zugekummen zu der Stell fun sein Stub, aniedergefalln un eingeschlofn bis fartog. In der Frih,wenn sein Weib hot geeffnt die Tir, hot sie dersehn, wie er liegt halb schikerlech. Dos Weib hot ihm ongehoibn sidlen: ‘Nu, un as Purim, darf men sich asoi ontrinken, as men soll nischt konnen treffn aheim?’ Der Kasew hot sich nischt farloirn un geäntfert: ‘Seh nor, wos far a massldike Froi du bist! In Midber hobn die jidische Froien gedarft sein weit hinter die Gezeltn, kedej zu gefinnen Mann. Un do liegt dir der Mann gleich bei der Tir!” [Moshe, de slager, heeft op het Purimfeest aardig gedronken, en op de terugweg, laat na het feestmaal, komt hij op de plek waar zijn huisje staat, valt neer en slaapt tot ver in de ochtend. ’s Morgens vroeg, als zijn vrouw de deur opent, ziet zij hem, zoals hij daar halfdronken ligt. De vrouw begint hem dadelijk uit te schelden: ‘Wel, al is het Purim, moet men zich dan zo bedrinken dat men zijn eigen huis niet meer kan vinden?’ De slager laat zich niet intimideren en antwoordt: ‘Nu zie je eens wat voor een gelukkige vrouw jij bent! In de woestijn moesten de Joodse vrouwen tot ver achter de tenten gaan om hun ‘man’ (manna) te vinden. En bij jou ligt de ‘man’ vlak voor de deur!”]. Het tweede voorbeeld is een lied van Mordechai Gebirtig (1877-1942) met de toepasselijke naam ]yyvv ilizilg a A Gläsele Wein. De tekst luidt als volgt: „Trink Bruder, trink ois, dos Gläsl, bis zum Grund. Westu weren frisch un munter, frejlech un gesund. Oi, Briderle, lechaim! Trink a bissel Wein, dos fartreibt di Mores Choire, jede Sorg un Pein! Itzt Bruder trink ich, un wos fehlt mir asind? Ich fihl mich glicklech wie a Kenig, frejlech wie a Kind. Oi, Briderle, lechayim!“ [Drink broeder, drink het leeg, dat glaasje, tot op de bodem. Daar zal je fris en opgewekt van worden, vrolijk en gezond. O broertje, op het leven! Drink een beetje wijn, dat verdrijft het verdriet, elke zorg en pijn! Nu, broeder, drink ik, en wat heb ik nog meer nodig? Ik voel mij gelukkig als een koning, vrolijk als een kind! O broertje, op het leven!”
Maskers en verkleedpartijen
De viering van Purim gaat ook gepaard met maskers en vrolijke verkleedpartijen, die evenals de drinkgelagen en zittingen met sketches en muzikale omlijsting heel sterk aan carnaval doen denken. Kleine kinderen hebben natuurlijk speciale belangstelling voor dit onderdeel van het feest en lopen verkleed door de straten. Gingen de kinderen vroeger veelal verkleed als Ester en Mordechai, vandaag de dag zijn ook de ninjaturtels of teletubbies, piraten, cowboys en Indianen van de partij. De feestwinkels lopen uiteraard heel goed rond deze tijd. Purim-maskers en verkleedkostuums gaan als warme broodjes over de toonbank. De winkels bieden echter niet alleen voor de kinderen fel gekleurde benodigdheden te koop aan voor het feest, want er zijn tegenwoordig ook verkleedpartijtjes voor volwassenen. Het gebruik om maskers te dragen en zich te verkleden komt volgens de rabbijnen door de ‘verborgen wonderen’ in het verhaal van Ester. Purim is volgens hen een feest waar G’d zich heeft verborgen, om pas op het laatste moment tevoorschijn te komen. Zij hanteren de stelling dat G’d zelf in het verhaal van Ester niet echt voorkomt, maar zeker wel aanwezig is. Dit heeft ook de betekenis gekregen dat de ‘dingen niet altijd zijn wat ze lijken’. Een ander argument dat men voor de verkleedpartijen aandraagt is dat men dit doet om de eenheid in het Jodendom te vergroten, want verkleed kan men elkaar niet herkennen en is ieder gelijk. Maar dat slaat volgens mij echt nergens op. Dus blijft als belangrijkste reden om zich met Purim te verkleden en een masker te dragen het rabbijnse argument dat het hele boek Ester geen enkele vers kent waarin de naam van G’d wordt genoemd omdat Hij er als het ware in verborgen is. Wij als Messiasbelijdende Joden en gelovigen uit de volken hoeven hier echter niet aan mee te doen omdat Hij voor ons niet meer verborgen is, want Hij heeft zich aan ons in Yeshua haMashiach geopenbaard. Laat hen die Yeshua nog niet kennen maar met maskers lopen, want voor hen is Hij nog steeds het verborgen Manna (]vyzx Chizayon [Openbaring] 2:17). Voor dat deel van het volk Israël, dat Yeshua nog niet als Heer en Verlosser heeft aangenomen, blijft G’d verborgen evenals Hij in het boek Ester verborgen is. Zij dragen met Purim letterlijk een masker omdat zij ook geestelijk nog onder de bedekking zijn. Voor ons ligt dat echter anders. Wij hoeven geen masker te dragen, want de Eeuwige heeft bij ons de bedekking weggenomen zoals geschreven staat: “Nu wij zulk een verwachting hebben, treden wij met volle vrijmoedigheid op, geheel anders dan Moshe [Mozes], die een bedekking voor zijn gelaat deed, opdat de B’nei Yis’ra’el [kinderen Israëls] geen blik zouden slaan op het einde van hetgeen moest verdwijnen. Maar hun gedachten werden verhard. Want tot heden toe blijft dezelfde bedekking over de voorlezing van het oude verbond zonder weggenomen te worden, omdat zij slechts in de Mashiach verdwijnt. Ja, tot heden toe ligt, telkens wanneer Moshe voorgelezen wordt, een bedekking over hun hart, maar telkens wanneer iemand zich tot de Eeuwige bekeerd heeft, wordt de bedekking weggenomen. De Eeuwige nu is de Geest; en waar de Geest van Adonai is, is vrijheid. En wij allen, die met een aangezicht, waarop geen bedekking meer is, de heerlijkheid van Adonai weerspiegelen, veranderen naar hetzelfde beeld van heerlijkheid tot heerlijkheid, immers door de Eeuwige, die Geest is!” (2 Korinthiërs 3:12-18). Het gebruik om zich met Purim te verkleden staat volgens de rabbijnen symbool voor het feit dat de Joden in het Perzische Rijk zich ook moesten vermommen om daarmee hun afstamming te verhullen. Ook daar hoeven wij als Messiasbelijdende gelovigen niet aan mee te doen, want ten eerste is het gebruik om maskers te dragen en zich te verkleden ingevoerd onder invloed van heidense gewoonten en maakt dus geen deel uit van de voorschriften die in rtca Ester 9:18-32 naar aanleiding van de instelling van Purim vermeld staan. Ten tweede mogen wij ons niet eens vermommen om daarmee te verbergen dat wij in Yeshua geloven en deel uitmaken van G’ds volk. Hij zelf heeft immers gezegd: “Een ieder, die Mij belijden zal voor de mensen, hem zal ook de Zoon des mensen belijden voor de engelen G’ds; maar wie Mij verloochenen zal voor de mensen, die zal verloochend worden voor de engelen G’ds!” (Lucas 12:8-9). Wij hebben juist de opdracht gekregen om van Hem te getuigen!
Optochten
Sinds de terugkeer van het Joodse volk naar Israël zijn de Purimoptochten een echte traditie geworden. Aanvankelijk trok de stoet enkel door Tel Aviv, maar vandaag zijn er overal in het land optochten. De grootste en indrukwekkendste parade vindt plaats in Cholon, een stad die ten zuiden van Tel Aviv gelegen is. Naast de praalwagens wordt daar met Purim ook een optocht van kleurrijke verklede kinderen door de straten gehouden waardoor Cholon zich de laatste jaren dan ook verzekerd heeft van een reputatie als kindvriendelijke stad. De Purimoptochten zijn in heel Israël druk bezocht door vrolijke, bonte en soms aangeschoten feestgangers, die ook veelal niet Joods zijn en dus ook de historische redenen van het feest niet eens kennen. Zij zien in Purim echter wel veel overeenkomsten met Carnaval, en dat wordt nog versterkt door het feit, dat ook met Purim overal grappen over mogen worden gemaakt en met alles de spot mag worden gedreven. Geen enkel heilig huisje is die dag echt heilig evenals met Carnaval.
Oorsprong Purimtradities
Waar de traditie van verkleedpartijen, optochten met praalwagens en uitbundige feestgelagen die zo typerend zijn voor zowel Purim alsook Carnaval oorspronkelijk vandaan komt, is niet helemaal duidelijk, maar we weten vrijwel zeker dat het feest dat daaraan ten grondslag ligt al langer dan de Joodse en christelijke traditie bestond en daarom zat de Kerk er dan ook danig mee in hun maag. Het enige dat ze wisten was dat het sinds mensenheugenis bij het wisselen van de seizoenen een hardnekkig heidens gebruik was, compleet met praalwagens, maskers, vermommingen en luidruchtige rituelen. Eén aannemelijke theorie is dat het feest van de Grieken afkomstig was. Zij vierden eind februari een driedaags feest ter ere van DionusoV Dionysos. Beelden van deze wijngod werden op een scheepskar (carrus navalis) door Hellas gereden. Over het algemeen werden de Dionysische festivals gekenmerkt door dronkenschap en luidruchtige muziek, waarbij het de gewoonte was houten maskers te dragen of de gezichten te bedekken met bladeren, het lichaam te kleuren met een grote variëteit aan rode en groene tinten. Tijdens dat feest ging het er hevig aan toe, de Grieken dronken enorm veel ter ere van Dionysos, in de Griekse mythologie de god van de wijn en later overgenomen door de Romeinen, die hem de naam Bacchus gaven en de festivals ter ere van de wijngod Bacchanalia noemden. Ook de Bacchanalia werden gekenmerkt door verkleedpartijen, dronkenschap en uitbundige feesten, maar daarnaast vierden de Romeinen ook het feest van de Saturnalia dat weliswaar op 17 december werd gehouden, maar eveneens opvallend veel kenmerken van zowel Purim alsook Carnaval had zoals drink- en eetgelagen, vermommingen, maskers en optochten door de straten. Na het baden trok iedereen richting het forum naar de tempel van Saturnus. Daarna trokken de meeste mensen huiswaarts om het feest thuis verder voort te zetten. Dit resulteerde vaak in buitensporige drink- en feestmaaltijden, waardoor Saturnalia in het Latijn ook 'orgie' ging betekenen. Maskers werden in de oudheid al gebruikt als middel om boze geesten te verjagen, maar ook om zich helemaal te laten gaan zonder herkend te worden. Omdat de heidense gebruiken niet uit te bannen waren, besloten de kerken er op positieve wijze gebruik van te maken door het heidense Carnaval te christianiseren en in een katholieke traditie om te zetten. Dit is overigens ook met andere voorchristelijke feesten gebeurd zoals Kerstmis en Pasen en volgens mij is er ook met Purim iets soortgelijks aan de hand. Gezien de zeer verbluffende overeenkomsten in de uiterlijke kenmerken lijkt het mij voor de rabbijnen moeilijk vol te houden om te ontkennen dat vele onbijbelse Purimgebruiken hun oorsprong vinden in de heidense Bacchusfeesten en daarom ben ik van mening dat Messiasbelijdende gelovigen die Purim volgens de orthodoxe traditie als een soort Carnaval vieren met maskers en verkleedpartijen net zo goed ook een kerstboom in huis kunnen halen, want dan vind ik ze namelijk niet consequent. Als men de vermenging met heidense tradities aan christelijke zijde afkeurt, dan moet men dat ook aan Joodse zijde doen.
Purimvoorschriften
Maar als wij niet mee doen aan het Joodse Carnaval, hoe moeten we het Purimfeest dan wel vieren? Het antwoord op deze vraag vinden we in de Bijbel, want zowel Ester alsook Mordechai geven ons hierin duidelijke instructies: “Mordechai stelde al deze gebeurtenissen op schrift en hij stuurde brieven naar de Joden in alle provincies van koning Achashverosh’s rijk, of ze nu dichtbij woonden of ver weg. Daarin verplichtte hij hen ertoe om elk jaar opnieuw zowel de veertiende als de vijftiende dag van de maand Adar te vieren, omdat dit de dagen waren waarop de Joden rust gekregen hadden en niet meer door hun vijanden werden bedreigd, en omdat dit de maand was waarin droefheid was veranderd in vreugde en waarin rouw was veranderd in feest. Ze moesten er dagen van feestmalen en feestvreugde van maken, dagen waarop ze elkaar lekkernijen stuurden en geschenken gaven aan de armen” (rtca Ester 9:20-22). “Het is naar het woord Pur dat deze dagen Purim worden genoemd. Daarom - vanwege de inhoud van het schrijven van Mordechai, en vanwege alles wat ze hadden meegemaakt en wat hun was overkomen - namen de Joden de verplichting op zich om deze beide dagen nooit ongemerkt voorbij te laten gaan, maar ze elk jaar te vieren op de voorgeschreven wijze en op de vastgestelde tijd. Ze wilden dit tot een vast gebruik maken voor zichzelf en voor hun nakomelingen, en voor allen die zich bij hen zouden aansluiten” (vers 26-27). “Koningin Ester, de dochter van Avichaïl, stelde samen met de Jood Mordechai een tweede schrijven op om Purim nadrukkelijk verplicht te stellen” (vers 29). “Daarin werd de viering van Purim op de vastgestelde tijd verplicht gesteld: ze moesten zich houden aan wat de Jood Mordechai hun had opgelegd - ook koningin Ester legde hun dit nu op - en de verplichtingen nakomen die zij voor zichzelf en voor hun nakomelingen waren aangegaan wat betreft vasten en weeklagen. Ester’s bevelschrift bevatte bindende voorschriften voor de Purimdagen, en de inhoud ervan werd te boek gesteld.” (vers 31-32). Dit lijkt mij duidelijke taal en uit vers 27 blijkt tevens dat dit feest niet alleen door de Joden, maar ook door de gelovigen uit de volken moet worden gevierd.
Vasten
Het rooms-katholieke Carnaval wordt op de vooravond van de vastenperiode gevierd: de laatste gelegenheid om nog eens flink te schransen. De naam Carnaval zou derhalve afgeleid zijn van het Latijnse “carne vale”, hetgeen “vaarwel vlees” betekent, omdat de Kerk het feest bij de synode van Benevento (1091 na Chr.) aan de Vastenavond verbond. Bij het Carnaval gaat het feestvieren dus aan het vasten vooraf, maar bij Purim daarentegen hoort het precies andersom te zijn. Volgens de Bijbelse opdracht vindt het vasten namelijk plaats vóór het Purimfeest. Op die manier herdenkt men namelijk de vasten van Ester en van het gehele Perzische Jodendom vóórdat Ester haar echtgenoot, koning Achashverosh, benaderde om voor haar volk te pleiten. De vastendag begint overigens pas in de ochtend en niet bij valavond. Dit in tegenstelling tot de Grote Verzoendag en Tisha B’av, die de avond voordien beginnen en normaal 24 uur duren. rtca tynit Ta’anit Ester [de vastendag van Ester] begint volgens de xvl Luach op de 13e Adar voor zonsopgang en duurt tot na zonsondergang. Valt de 13e Adar echter op een Shabat, die op vrijdagavond, dus vóór zonsondergang begint, dan vindt de vasten plaats op donderdag, de 11e Adar. Behalve op Yom Kipur mag men namelijk op Shabat niet vasten.
Tz’daqa
In Megilat Ester staan nog een aantal voorschriften, die kenmerkend zijn voor het Purimfeest. Zo wordt iedere Jood met Purim geacht om geschenkmandjes met lekkernijen en vruchten te sturen naar vrienden en kennissen: tvnm xvl>m Mishloach Manot (Ester 9:19 en 22). Verder is Purim de dag bij uitstek om de hvvjm Mitz’va van het hqdj Tz’daqa [liefdadigheid] geven aan armen of goede doelen te vervullen: ,ynvybal tvntm Matanot l’Ev’yonim (Ester 9:22). Het is niet de bedoeling om daarin zuinig te zijn, maar men moet rijkelijk geven aan vrienden en armen of liefdadigheidsinstanties, om aan deze Mitz’va te voldoen.
Schriftlezing
Het Joodse volk was dus gered van de uitroeiing, die had moeten plaatsvinden op een datum die bij loting was vastgelegd. En dit blijde evenement wordt nog steeds ieder jaar gevierd aan de hand van het boek Ester, waarvan de Hebreeuwse tekst van een perkamenten rol wordt voorgelezen in de synagoge door een speciaal hiervoor opgeleid persoon, en de bezoekers luisteren aandachtig, de ratelaars in de aanslag. Het is een religieuze verplichting voor vrouwen om deze lezing te beluisteren, maar ook kinderen zijn daarbij welkom. Alleen op de rol van Ester rust overigens de verplichting de tekst van de rol te Iezen. Voor de overige rollen bestaat dit voorschrift niet. In de Mishna wordt in het traktaat Megila (hoofdstuk Mo'ed) nauwkeurig voorgeschreven hoe en wanneer de Megilat Ester moet worden gelezen. De lezing vindt in de synagoge plaats op de avond van de 14e Adar. Voor ommuurde steden zoals Jeruzalem op de 15e Adar (Purim Shushan). De volgende ochtend vindt de Iezing voor de tweede maal plaats. De melodie waarop de voorlezing gelaajent wordt, is traditioneel bepaald en verschilt van Min’hag tot Min’hag. Voordat Megilat Ester wordt gelezen, zegt men in Messiasbelijdende gemeenten eerst achter elkaar de volgende drie B’rachot [zegenspreuken]: “Gezegend zijt Gij, Eeuwige, onze G’d, Koning van het heelal, die ons heeft geheiligd door het bloed van Yeshua en die ons heeft opgedragen de Megila te lezen. - Gezegend zijt Gij, Eeuwige, onze G'd, Koning van het heelal, die wonderen heeft verricht voor onze voorouders in de dagen van weleer, in deze tijd van het jaar, amen! - Gezegend zijt Gij, Eeuwige, onze G'd, Koning van het heelal, die ons het leven heeft geschonken en ons in staat gesteld heeft dit tijdstip te bereiken, amen!” Nu wordt door diverse mensen het verhaal van Ester gelezen, om de beurt ieder een hoofdstuk. De lezing van het boek van Ester is een zeer prettige sociale gebeurtenis waarbij het er rumoerig aan toe gaat. Elke keer dat de naam Haman valt, maken de aanwezigen een hoop kabaal. Men wil de naam van die slechterik niet meer horen. Men roept daarom “boeh!” en stampt met de voeten op de grond. Kinderen nemen daarvoor een ratel mee, een zogenaamde 'Haman-draaier', en soms zelfs toeters of fluitjes. En dat alles herhaalt zich telkens weer als de naam Haman genoemd wordt. Ná het lezen van Megilat Ester wordt de volgende B’racha gezegd: “Gezegend zijt Gij, Eeuwige, onze G'd, Koning van het heelal, de G’d, die voor ons de strijd voert, die voor onze rechten opkomt, voor ons wraak neemt, al onze aartsvijanden hun verdiende loon geeft en voor ons onze verdrukkers straft. Gezegend zijt Gij, Eeuwige, die alle tegenstanders van Zijn volk Israël straft, de helpende G’d!”
Feestmaal
Na de luidruchtige lezing van de Megila zet men de viering van het feest uitbundig voort met een feestmaal, soms tot diep in de nacht, want een Joods feest zou geen feest zijn zonder een uitgebreide maaltijd. Dat gebeurt met overdadig eten en drinken met familie en vrienden. Meer zelfs, het is een Mitz’va: men moét zelfs een feestmaaltijd nuttigen om hiermee de vreugde van Purim te uiten. Het Purimfeest is wel het meest uitbundige en voor iedereen toegankelijke Joodse feest. Winkels en leveranciers maken hier goed gebruik van. Purim trekt in Israël elk jaar evenals het Loofhuttenfeest vele toeristen uit de hele wereld en de restaurants, hotels en hostels stijgen met hun prijzen rond deze tijd met zo’n 10 %. Het eten op deze dag bestaat over het algemeen uit zoete gerechten, want Bevrijding smaakt zoet. Daarbij mag uiteraard ook het traditionele Purimgebak niet ontbreken. Dit zijn de driehoekige, met papaverzaadjes ofwel maanzaadjes en allerlei zoetigheden gevulde koekjes, die in het Hebreeuws ]mh ynzva Oz’nei Haman [Hamansoren] worden genoemd omdat ze op oren lijken en in het Jiddisch ]>au9]mh Homentaschn. Op deze wijze wordt nauwkeurig voldaan aan de Bijbelse opdracht om Purim tot een dag van maaltijd en vreugden te maken zoals geschreven staat in rtca Ester 9:17 en 18.
Conclusie
Wat kunnen wij uit het verhaal van Ester leren? Dat de Eeuwige over Zijn volk waakt en dat een ieder die zich aan Zijn oogappel vergrijpt uiteindelijk in de kuil zal vallen die hij voor de Jood heeft gegraven of aan de galg zal eindigen die hij voor de Jood heeft opgericht. Daarom vieren wij niet alleen Purim, maar ook Pesach en Chanuka, want het zijn bevrijdingsfeesten die ons keer op keer laten zien dat de Behoeder van Israël sluimert noch slaapt zoals geschreven staat in ,ylht Tehilim [Psalmen] 121:4. Ik wil deze Bijbelstudie daarom afsluiten met het gebed “Al haNisim” uit de liturgie voor Purim: “Wij danken U, Eeuwige onze G’d, voor de wonderen, de bevrijding, de heldendaden, de hulp en krijgsverrichtingen, die U voor onze voorouders tot stand bracht in die dagen, op deze datum, in de dagen van Mordechai en Ester in de hoofdstad Shushan, toen de slechte Haman tegen hen opstond. Hij probeerde alle Joden te vernietigen, van jong tot oud, kinderen en vrouwen op één dag, op de dertiende van de twaalfde maand, dat is de maand Adar, en hun bezit te plunderen. Maar U, met Uw grote barmhartigheid, verijdelde zijn besluit, verstoorde zijn plan en liet als vergelding voor wat hij wilde, het op zijn eigen hoofd neerkomen! U maakte dat de velen door de weinigen werden verslagen, de hoogmoedigen door de kinderen van Uw Verbond. Voor Uzelf heeft U een grote en heilige Naam gevestigd in Uw wereld; Uw volk Israël heeft U redding geschonken en een grote overwinning gegeven die tot op heden doorklinkt. Daarom werd in die dagen Purim uitgeroepen om er een vreugdevolle feestdag van te maken, waarop allen hun naasten geschenken sturen en giften geven aan de behoeftigen. Die dagen zullen we in alle generaties vieren en in herinnering houden; in elk gezin, in elk land en in elke stad. Purim zal niet in onbruik raken onder de Joden; de herinnering aan die tijd zal voor het nageslacht bewaard blijven. Zoals U wonderdaden heeft verricht voor degenen die vóór ons kwamen, doe net zo voor hun nakomelingen en red ons in onze dagen zoals hen in die tijd. Voor dit alles zal Uw Naam, Koning, geprezen en hoogverheven worden, voortdurend, eeuwig en altijd. Amen!”
Werner Stauder